Daguitstap: OUDENAARDE EN ENAME, vrijdag 23 november 2001

Van aan de Koninklijke Fontein (1675) gelegen op de Markt, bewonderden we het Brabants-laatgotische stadhuis (1526). Het is één der mooiste burgerlijke gebouwen in Vlaanderen. De gids wees ons op de sierlijkheid van de architectuur en maakte een voorzichtige! vergelijking met Leuven.
Oudenaarde is een stad met een beroemd verleden, daarvan getuigen vele kloosters, kerken en mooie huizen. Maar er werd natuurlijk ook veel afgebroken waar men nu spijt van heeft zo o.a. werd er in 1963-70 een brede doorsteek gemaakt op de Markt naast de St. Walburgakerk. Het mooi gesloten karakter van de Markt werd toen tenietgedaan, nu gaat men die fout herstellen.
Door een barokke toegangspoort stapten we binnen in het Begijnhof, een besloten ensemble van ongeveer 30 huisjes allen bewoond door vrouwen, jong én oud. In de eenvoudige 16de eeuwse kapel, de ganse dag open voor mensen die het even stil willen maken, gaf de gids, een zeer welbespraakt iemand, ons het verhaal van het Begijnhof en de begijntjes.

Aan een snel tempo ging het nu richting de statige oude herenwoning Philip de Lalaing, waar we de eeuwenoude techniek van het weven, alsmede het conservatie- en restauratieproces van de beroemde Oudenaardse wandtapijten, uitgelegd kregen.
Onderweg, staande aan de oevers van de Schelde, wees de gids ons op verscheidene historische gebouwen, op de loop van de geschiedenis en op de belangrijkheid van deze rivier voor de stad.
Daarna stapten we terug richting stadhuis om het nu van binnen te bewonderen. We doorkruisten gans het gebouw: zeer goed bewaard en onderhouden en toch functioneel uitgebouwd. Opvallend in de Schepenzaal was het prachtig eiken tochtportaal (1531-34) en 4 klein authentieke schilderijtjes van de hand van Adriaen Brouwer (° te Oudenaarde 1605-1606 - + te Antwerpen 1638), zo binnen handbereik! Een rijke zilvercollectie, een museum en natuurlijk de zaal met de wereldberoemde Oudenaardse wandtapijten werden met een terechte fierheid getoond door onze gids.
Na de middag reden we naar Ename, bekend om zijn opgravingen.
Dankzij de steun van allerlei overheidsinstanties heeft men in Ename werkelijk een model van archeologische site kunnen uitbouwen.
Even buiten het centrum, op een uitgestrekt terrein, bevindt zich het Archeologisch Park.

De grondvesten van de oude Benedictijnenabdij en het vroegere havenstadje werden blootgelegd. Er staan verschillende Tijdsvensters (grote computerschermen) zodat u ook virtueel kunt wandelen door de oude gebouwen en de nodige uitleg krijgen.
Wij hadden een gids die ons alles haarfijn vertelde want de Tijdsvensters zijn gesloten van 1 november tot 31 maart.
In het Provinciaal Museum ’t Ename gelegen op de historische dries van Ename krijgt men dan verder uitleg over het verleden van Ename en zijn omgeving. Ook ditmaal voorgesteld op een originele wijze: levensechte poppen gezeten aan een "feestdis van 1000 jaar", kan men tot leven brengen en doen praten door op een knop te drukken!
Ook de recente archeologische vondsten zijn zeer aanschouwelijk voorgesteld en op een virtuele manier wandelt men door het verleden en doet men aan experimentele archeologie.
In de buurt van het museum staat de romaanse Sint-Laurentiuskerk. Wegens restauratiewerken is zij momenteel gesloten maar dankzij de technologie van het Tijdsvenster kan men volgen wat zich in de kerk afspeelt. Ook via Internet!
Nog een opkikkertje in een oude gezellige afspanning en dan veilig terug naar Leuven.
Waar haalt Mon, de reisleider, elke maand die interessante bestemmingen?
Hoe krijgt de chauffeur die lange bus vol taterende mensen altijd veilig door het drukke verkeer?
Mieke Meurrens