IS ER EEN WAARDENBREUK TUSSEN SENIORS, HUN KINDEREN EN KLEINKINDEREN ?, door prof. em. Karel Dobbelaere, maandag 17 december 2001
Waarden zijn opvattingen van een groep mensen over wat wenselijk is in de samenleving. Zo hanteren wij in onze maatschappij waarden als vrijheid, gelijkheid, soberheid, gezondheid, enz… waarachter in hun algemeenheid blijkbaar iedereen staat. De verschillen in opvattingen tussen groepen van mensen komen echter tot uiting wanneer men deze waarden concreet gaat vertalen. Zo was er bijvoorbeeld een tijd dat het schoonheidsideaal voor vrouwen gekenmerkt werd door een zekere voluminositeit en blanke huid, terwijl momenteel het licht gebronzeerde slanke model als ideaal wordt gepercipieerd.
Wat wij hiermee willen zeggen is dat de concrete inhoud van waarden tijdsgebonden, dus ook generatiegebonden is.
Vrij recentelijk werd er een grootscheeps Europees waardenonderzoek uitgevoerd, waarbij in verschillende landen werd nagegaan wat de concrete inhoud was van bepaalde waarden, nagegaan op verschillende tijdstippen. Op deze wijze werd de periode tussen 1960 en 1990 overlopen. De evoluties van volgende waardegebieden werden geanalyseerd : het gezin, vrienden, arbeid, vrije tijd, godsdienst, politiek. Algemeen hechten de mensen het meest belang aan het gezin. Dicht daarop volgen de vrienden en de arbeid. Godsdienst en politiek zijn in de ogen van het merendeel der mensen niet zo’n belangrijke waarden.
Naast het tijdstip waarop werd ook nagegaan hoe verschillende generaties deze waarden invullen.
Onderscheid werd gemaakt tussen :
Gaan wij nu concreet na wat het begrip gezin allemaal kan betekenen, dan kan het gaan over twee- of eenoudergezinnen, gehuwden of samenwonenden, vaste of opeenvolgende partnerschappen.
Daarnaast kan naargelang de generatie of het tijdstip het begrip trouw een andere betekenis krijgen. In een vooroorlogse generatie had het vaak te maken met gehoorzaamheid van de vrouw aan de man (zonder dat daar veel gevoelens aan te pas kwamen) terwijl zowel man als vrouw hun duidelijk afgelijnde taken hadden (kostwinnaar versus gezinshuishouding).
Meer recentelijk en voor jongere generaties heeft het begrip trouw een totaal andere betekenis gekregen. Het gaat hier veeleer om psychologisch-geestelijke waarden als : respect, begrip voor elkaar, bereidheid tot en tijd voor gesprek; inhouden die veel brozer zijn, en één van de verklaringen kunnen zijn voor de vele huidige echtscheidingen.
Ook wordt aan de beleving van de seksualiteit veel meer belang gehecht, vooral in jongere gezinnen, en wordt bij de keuze van partner veel minder getild aan afkomst, de politieke zuil waartoe de familie behoort, de godsdienstkeuze.
Ook stellen wij een evolutie vast van huwelijk, naar samenwonen in voorbereiding op een huwelijk, naar samenwonen (cohabitatie) als definitieve keuze, zonder dat daar een huwelijk op volgt.
Tenslotte streeft een nieuwe generatie van vaders er naar om evenals de moeder een goede en zorgende relatie met hun kinderen op te bouwen, en wordt het hebben van kinderen niet altijd meer als een must beschouwd. Sommigen opteren zelfs bewust voor kinderloosheid.
Arbeid :
Vroeger en voor een vorige generatie was arbeid een plicht. Nieuwe generaties zien dit niet meer zo. Ze beschouwen arbeid voor een gedeelte als een middel om materiële welvaart op te bouwen (geld verdienen) maar ze zien arbeid vooral als middel om zichzelf te ontplooien, als middel om gebruik te maken van hun talenten, zichzelf te uiten. Deze houding is vooral terug te vinden bij jongeren die de gelegenheid gehad hebben om te studeren.
Godsdienst
:Godsdienst is een middel om zingeving te geven aan het leven, maar er zijn ook groepen mensen die opteren voor andere zingevingen (materialisme: zoveel mogelijk bezitten, hedonisme: zoveel mogelijk genieten ,enz..) Het is duidelijk dat de katholieke zingeving aan terrein verliest. Tussen 1960 en 1990 stelt men een zeer grote terugval in de mispraktijk vast. Ook voor het kerkelijk huwelijk en het doopsel wordt minder en minder geopteerd. Het zijn vooral de jongere leeftijdsgroepen die voor dit verschijnsel verantwoordelijk zijn.
- Als men deze waardenomslag in zijn geheel bekijkt kan men zich afvragen: wat is hier gebeurd en waarom?
De generatie van voor 1940 en ook gedeeltelijk de daaropvolgende hebben geleefd in een periode waarin het leven materieel hard was. Er was een materieel tekort, ontbering, werkonzekerheid. Dergelijke generaties streefden naar materiële welvaart, wat gepaard ging met een zoeken naar zekerheid, stabiele economie, vaste godsdienstige waarden, orde, veiligheid (sterk leger, nato).
Voor de hieropvolgende generaties is deze materiële welvaart een bereikte vanzelfsprekendheid geworden (the golden sixties). Materiële welvaart is dan ook niet meer een na te streven doel (post-materialisme). In plaats van welvaart gaat men nu op zoek naar welzijn. Het gaat om waarden als vrijheid, persoonlijkheid, inspraak, creativiteit, milieu. Onder ander de milieupartijen spelen duidelijk in op deze gewijzigde waardenperceptie.
Dit alles betekent niet dat de voorrrang voor materiële waarden niet terug de kop kan opsteken. Vooral in periodes van economische onzekerheid ziet men de mensen terug grijpen naar waarden als orde, zekerheid, veiligheid.
Besluit:
Binnen de samenleving en vooral binnen gezinnen hebben deze veranderingen in waarden tot heel wat spanningen geleid. Soms heeft dit spijtig genoeg geleid tot een ware machtsstrijd tussen generaties. De evolutie kan men evenwel niet terugdraaien. De oudere generatie kan dan ook niet anders dan zich aanpassen aan deze waardenevolutie, het positieve erin te ontdekken en te erkennen. Anders loopt ze het gevaar het contact met de volgende generaties, en het eigen nageslacht te verliezen.
Lucas Gellynck