Jaarlijkse reis : Normandië en Bretagne van 1 tot en met 7 september 2002
Normandië, met zijn contrasten van bossen, groentenakkers, bocages, zee en rotsen,met zijn burchten, kloosters, kathedralen en zijn beroemde keuken die geen calorietabellen kent, is wel de moeite waard om met een ervaren gids als Gust, die er zelf 17 jaren woonde, te ontdekken.
De 1ste dag stopten we in Rouen, de hoofdstad en de grootste stad van Normandië om, zoals de schilder Monet, naar de machtige kathedraal te turen. De vakwerkhuizen met hun eeuwenoude gevels, de gotische kerken met rijk bewerkte torens, de burgerlijke Renaissance paleizen, zijn niet slechts « decor » maar historische architectuur waar nog altijd wordt in geleefd en gewerkt.
Jeanne d’Arc werd in deze stad in 1431 op de brandstapel omgebracht.
Van Rouen, reden we door naar Villedieu-les-Poêles.
Een typisch Normandisch stadje met 4300 inwoners en een bloeiende kunstnijverheid : metaalbewerking, tin-, koper- en messingsmeedkunst, alsook een klokkengieterij werd onze uitvalbasis.
Dat de Normandische keuken een rijk aanbod heeft aan vis, vlees, zuivel, groenten en drank werd ons elke avond duidelijk als we aanschoven aan de overvloedig gevulde tafel van ons hotel « le Fruitier ».
Wandtapijt te Bayeux
Tijdens de 2de dag, bezocht een deel van de deelnemers een van de bekendste kunstwerken van Normandië « het wandtapijt van Bayeux » een zeventig meter lang uniek naaldkunstwerk en een schitterend tijdsdocument met als thema de veldtocht van Willem de Veroveraar in 1066 tegen de koning van England. De rest van de groep bezocht de kathedraal en het stadscentrum met zijn patriciërshuizen uit de 14de tot de 18de eeuw.
Bunkers, prikkeldraad, landingsstranden en oorlogsmusea. De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog staat onmiskenbaar in de grillige kustlijn van Normandië gegrift.
In Arromanches, kan je nog de gezonken pontons van de kunstmatige haven zien.
De vier geschutsbunkers van Longues geven een idee hoe moorddadig de landing op D-Day 1944 zich voordeed.
De derde dag kreeg de beroemde « Abbaye aux hommes » in Caen, onze aandacht.
In
Saint-Pierre-Sur-Dives staat de oudste markthal van Normandië. De immense
graanhal die door zware brandschade in 1944 half verwoest werd, is in zijn
oorspronkelijke staat uit de 11de en 12de eeuw gerestaureerd.
Een frappante tegenstelling is de restauratie van het kasteel
in
Falaise. De
oorspronkelijke resten waar men 100 % zekerheid over heeft blijven overeind, al
de rest wordt terug opgetrokken in hedendaags materiaal : glas, lood, staal,
zeil, baksteen en gewapend beton. Het is even wennen aan deze revolutionaire
reconstructie.
Dag vier, tijd om een deel van Bretagne, de voornaamste landbouwproducent van artisjokken en bloemkool en talrijke culinaire heerlijkheden te ontdekken.
In Champ-Dolent houdt een eenzame haast 10 meterhoge menhir (met een omvang van 8,7 m), al eeuwen de wacht.
Langs de wijde riviermonding van de Rance waarop men het stuwmeer « barrage de la Rance » bouwde bevindt zich de eerste en nog altijd enige « getijde centrale » in Europa.
Dinan en Saint Malo wedijveren nog altijd, mede door hun stadsomwalling, pittoreske straatjes, mooie vakwerkhuizen, aangename winkeltjes en eetgelegenheden om de aandacht van stromen toeristen.
De volgende dag verkenden we, onder een stralende zon, een kuststreek van Bretagne. We reden langs de « prés salés » waar schapen en geiten op de zoute slikken graasden.
Vlak voor de bekende oesterstad Cancale ligt de hoge klip « Pointe du Grouin » waar de gele brem bloeit en wedijvert met de roze rotsen en de blauwe zee.
Langs « les landes
de Fréhel » kwamen we aan in "Cap Fréhel", het landschappelijk hoogtepunt aan de
noordkust.
Daar wachtte ons « een echte zeebonk » op om ons zijn vuurtoren te laten ontdekken.
Ontelbare trappen hoger vertelde hij gedreven over het reilen en zeilen van de vuurtoren.
Een prachtig maar winderig uitzicht heeft men daarboven van de uitgestrekte heiden, duinen, klippen en zee.
In les Sables d’Or konden we pootje baden, schelpen verzamelen, zeepieren bestuderen of lekker in het zonnetje niksen.
Dag 6 namen we terug Normandië onder de loep. In Alençon werd rond 1650 de beroemde « Point d’ Alençon » uitgevonden. Een soort naaldkant die niet moest onderdoen voor de Venetiaanse kant en niet voor niks « la reine des dentelles et la dentelle des reines » genoemd wordt, bood eens werk aan 8000 mensen. Nu zijn er gelukkig nog 11 kantwerksters die jaarlijks dit prachtige kunstambacht voor uitsterven behoeden.
Wat verder in Carrouges kregen we een rondleiding in een 15- en 16-eeuws kasteel, met 160 vertrekken waarvan 159 met haard en schouw. Werk aan de winkel voor houthakkers, bedienden en schouwvegers !
Langs de bergachtige « Suisse normande » keerden we naar ons hotel terug waar we 's avonds een torenhoge « plateau de fruits de mer » als voorgerecht kregen.
Om het tienjarige
bestaan van de jaarlijkse reis te vieren werd een schitterende vuurwerktaart
aangeboden. Daar Gust, Georges en twee Denises zich met niet aflatend
enthousiasme voor elke reis inzetten werden ze in de Calvados en de bloemetjes
gezet.
De volgende morgen keerden we naar België terug langs Honfleur. Een schilderachtig en gezellig kunstenaarsmekka. Rond de verzande handels- en vissershaven staan pittoreske tot 4 verdieping hoge handelshuizen. De kerk, een houten constructie op stenen fundamenten, doet denken aan de Noorse staafkerken.
Langs de loop van de Seine bereikten we Picardie. In Amiens
liet de overdonderende schoonheid van de gotische kathedraal met honderden
beelden en middeleeuwse voorstellingen een diepe indruk op ons.
Bob, de chauffeur bracht ons veilig terug in Leuven.
De vele indrukken en anekdotes over deze reis kunnen we terug beleven tijdens de diareportage die Jules ons zal tonen op het gezellig samenzijn in de loop van november.
Rika DE WILDE.