TOEREN IN HET MEETJESLAND - WANDELEN IN HET ZWIN
Vrijdagochtend 18 oktober. Reisklaar en goed be(regen)schermd en gelaarsd tegen neerslag en modder - Ukkel heeft het weer weeral somber gezien - staat een groep natuurliefhebbers, Mon en Georges op kop, in spanning uit te kijken naar een bus. Even een begin van paniek als dé bus, wachtend, ergens anders gesignaleerd wordt. Niet lang echter want daar verschijnen in het ochtendlijk duister de contouren van een 'Heuvel-car'. Een fonkelnieuwe car met alle comfort, ja zelfs een digitaal route-leidingssysteem. Dat wordt dus telkens voeten vegen bij het opstappen en alleen langs de voordeur naar binnen.
Net op het schema
start de rit richting Meetjesland. Op een gestadig drafje van 90 per uur en
zonder veel fileproblemen gaat het in één trek tot Eeklo. De eerste
pleisterplaats is Het Leen, provinciaal domein, een oord van rust, educatie en
sinds kort toevlucht voor vluchtelingen.
Daar in de rapte, als ontnuchtering, een koffietje met koekje genomen en daarna kennis gemaakt met Liesbeth Misseghers, onze deskundige gids voor de ochtendrondrit. Op korte tijd vertelt zij honderduit over het mooie en merkwaardige Meetjesland. Waar die naam precies vandaan komt is ons nog niet duidelijk. Uit de drie mogelijkheden lijkt die van "het land van de meetjes" nog het sympathiekst : de bezorgde moeders zouden hun bevallige dochters voor het jagend gevolg van keizer Karel "cache-cache" hebben laten spelen, zodat het land alleen met "meetjes" bevolkt leek.
In Eeklo, bij de "herbakkers", moet men wezen voor wie meent een facelift nodig te hebben; daar kan men immers meteen zijn ganse kop door een nieuwbakken exemplaar laten vervangen.
Op onze tocht doen we St.-Laureins aan, Vlaanderens armste dorp, dat niettemin een enorm Godshuis rijk is, ontstaan uit de nasleep van de inpoldering en het waterverdrag - of liever gebrek hieraan - met het nabije Nederland.
Verder verloopt de route grotendeels over Houtland, het poldergebied voorbij het Leopoldkanaal, gebied dat rijkelijk voorzien is van smokkelroutes en glibberige éénbaanswegen - gelukkig voor onze chauffeur zonder tegenliggers - langs en rondom kreken, gevuld met brak en omzoomd met rietkragen. Natuurlijk mogen de sterkste smokkelverhalen niet ontbreken; van koeien die zwemmend het kanaal oversteken en douaniers die smokkelaarsters gesmolten boter laten zweten.
Van een plotselinge zonnedoorbraak maakt de gids gebruik om onze bewondering op te wekken voor het clair-obscur-spel van zonlicht tegen regenwolken in het wijdse polderlandschap.
Ter afronding van de voormiddag en
omdat we alleman niet zijn, genieten wij de grote gunst een pracht van een oude
schuur, pronkjuweel van Emmanuel Dedon de la Veilleuse, tevens privé
karrenmuseum, bewonderend te mogen doorlopen.
Het middagmaal - met o.m. een royaal vispan(netje) - is gereserveerd in de "Roste Muis", een ondeugende naam voor een kleine maar gezellige drank- en peuzelkroeg midden de polders. Volgens de legende zou de naam betrekking hebben op de levenslustige roodharige waardin, Virginie Van Durme, die destijds, dansend op een tafel, wat te veel van haar … natuur voor het oog van de klanten ten toon spreidde.
In de namiddag gaat het naar Knokke voor een ontdekkingstocht door Het Zwin-reservaat, levenswerk van graaf Lippens senior. De groep splitst zich in twee; de geschoeiden volgen gids Eric, wij - de gelaarsden - gaan mee met gids Guido. Deze bewijst fauna en flora van Het Zwin door en door te kennen. Hij toont het verschil tussen schorren en slikken en leert ons de vele waad-, trek- en andere vogels op zicht en aan hun roep te herkennen. Hoort hij daar niet een verdwaalde vogel "dedju, dedju" roepen omdat hij zijn weg kwijt is ? Van hem vernemen wij hoe het vogeltellen in z'n werk gaat, te land, te water en in de vlucht. Hij wijst ons op de rijkdom aan flora die de uitgestrekte zwinvlakte tooit. Zo horen wij van hem dat de obione (een soort melde) een potentieverhogende plant is, die het lamsoor - de vermaarde "Zwinneblomme" - in zijn bestaan bedreigt.
Net als het bezoek ten einde loopt kunnen de regenwolken hun water niet langer ophouden. Onder een miezerige druilregen nemen we afscheid van gidsen en reservaat.
We krijgen nog, als toemaatje, een uurtje tijd om in Knokke-plage even na te genieten van … een totaal verlaten en doorweekt strand. Dus maar gauw weer ingestapt en huistoe.
Het is behaaglijk warm in de bus op de terugreis die opnieuw feilloos verloopt. Een dikke proficiat aan chauffeur en de reisorganisatie voor deze zeer geslaagde uitstap.
Louis Weynants