Psychologie van de menselijke wreedheid, door de heer Jan De Laender
Spreker begint met de vaststelling dat het vermogen tot extreme wreedheid in bijna alle mensen aanwezig is. Echter, bepaalde groepsprocessen spelen hierbij een uiterst belangrijke rol. In het Naziregime onderscheiden we bijvoorbeeld enerzijds de bevelhebbers, die de macht hadden zoals Hitler, Göring …, de gehoorzamers zoals Rudolf Höss, kampcommandant van Auschwitz, of Franz Stangl, commandant van Treblinka, de zgn. "Schreibtischtäter", ambtenaren die van achter hun ‘schrijftafel’ indirect meewerkten, en de beulen, en anderzijds de overlevenden en de slachtoffers.
In deze lezing wil spreker het speciaal hebben over de gehoorzamers. Wie de wreedheid wil ontraadselen moet echter eerst de psychologie van de agressie begrijpen, en meer specifiek de remmingen van agressie.
1. Agressie en remmingen van agressie.
Bij zowel dieren als mensen treden natuurlijke remmingen op van agressie. De sterkste rem is ongetwijfeld retaliatievrees, dit is vrees voor vergelding of voor tegenagressie. Maar ook medelijden, vooral als de andere persoon iemand is die ons dierbaar is, en verder fysische weerzin (van bloed, gebroken botten …) en in minder sterke mate het geweten remmen aanvalsgedrag af.
Deze remmen worden buiten spel gezet wanneer volgende factoren een rol spelen.
We kunnen ons bepaalde gebeurtenissen, die bijvoorbeeld zeer vernederend waren, herinneren. De boosheid die hierbij ontstaat kan haat worden, dit is chronisch geworden woede, die tot een chronische neiging tot aanvalsgedrag kan leiden.
Ook kunnen we onze haat op anderen overdragen. Dit is het proces van culturele transmissie. Denken we maar aan de gebeurtenissen in voormalig Joegoslavië die hun wortels hebben in de tweede wereldoorlog.
We beschikken over artificiële aanvalsmiddelen, wapens, en die hebben een multiplicatoreffect. Hoogtechnologische aanvalsmiddelen zetten die natuurlijke remmingen eveneens buiten spel doordat ze afstand creëren tussen doder en slachtoffer: het zogenaamde ‘cockpitisolation’. Denken we maar aan de Vietnamoorlog.
Een belangrijke factor is ook angst voor het vreemde of nieuwe, neofobie. Het vreemde, ook vreemde mensen, maakt ons onzeker. Onveiligheid slaat gemakkelijk om in vijandigheid. Neofobie wordt xenofobie. Dit zit diep en kan gevaarlijk worden. Van nature uit - m.a.w. het is biologisch zinvol - zijn alle mensen xenofoob. Zo schreef Thomas Jefferson, de derde president van de Verenigde Staten, een zeer intelligent, moreel hoogstaand en progressief man:’ … alle mensen zijn gelijk geschapen, begiftigd met onvervreemdbare rechten zoals recht op leven,op vrijheid en op streven naar geluk’, terwijl hij op zijn landgoed negerslaven hield. Ons brein is zeer oud, en een aantal van de structuren van onze hersenen gelijken heel goed op die van miljoenen jaren terug. Toen was een vreemde beschouwen als een vijand wèl adequaat; nu is dat minder als we met veel verschillende rassen met mekaar moeten leven.
In het brein van mannen bestaat er bovendien een verbinding tussen macht en seksualiteit, zoals bij de chimpansees. In oorlogssituaties lijkt dit ook zo te zijn, getuige hiervan interviews met Vietnamveteranen.
In oorlogen ontaardt agressie gemakkelijk in extreme wreedheid, door het wegvallen van de vrees voor vergelding en voor sociale afkeuring. Integendeel, agressie wordt beloond.
We vinden nergens gevoelens van schuld terug bij Hitler, getuige hiervan de eerste bladzijden van de ‘Tischgespräche’. Evenmin bij Rudolf Höss, of bij Franz Stangl… Zo komen we bij de psychologie van de gehoorzamers.
2. De psychologie van de gehoorzamers.
Opvallend is dat Höss en Stangl, de gehoorzamers, een onderscheid maakten tussen hetgeen ze uit vrije wil deden, en hetgeen ze niet uit vrije wil deden, waar anderen hen dus toe dwongen. Dit was de kern van de verdediging van de meeste beklaagden in Neurenberg. Nooit vernoemen zij gevoelens van schuld, echter wèl van zelfbeklag, zelfmedelijden. Ook in de genocide van Rwanda komt dit terug.
Dit doet ons besluiten dat het vermogen tot zelfdeculpabilisatie zeer groot is bij de mens.
Dit heeft de onderzoeker-psycholoog Stanley Milgram van de Yale universiteit geïnspireerd tot zijn beroemde experimenten, waarin hij de psychologische situatie waarin de Neurenberg-beklaagden zich bevonden tracht te herscheppen: de gehoorzaamheidsexperimenten. Hij plaatste een advertentie waarin vrijwilligers werden gevraagd voor een experiment over ‘leren’, namelijk de vraag of lijfstraffen geen nuttig leermiddel kunnen zijn. In de proefopstelling zijn er dus ‘leerlingen’ en ‘leraars’. De ‘leraars’ – dit zijn dus proefpersonen - moeten elke fout bestraffen van de ‘leerlingen’ en wel met elektrische schokken die in intensiteit stijgen van 15 volt tot een maximum van 450 volt naarmate de fouten mekaar opvolgen. De ‘leerlingen’ zijn echter pseudoproefpersonen die volgens een vooraf ingestudeerd schema fouten maken, en die na een aantal schokken meer en meer ‘pijn’ simuleren tot ze smeken om te stoppen. De proefleider spoort de (echte) proefpersonen – ‘leraars’ telkens aan verder te gaan. De resultaten spreken voor zich: 62 % van de proefpersonen gaan tot de maximale schok !
Er zijn kritieken op het experiment geweest: Milgram zou zich schuldig gemaakt hebben aan deontologische fouten. Maar B.R.Schlenker en D.R.Forsyth tonen met een nieuw experiment aan dat wat de critici hem verwijten vooral de resultaten zijn van zijn experiment. Zij vertellen namelijk aan twee groepen proefpersonen iets verschillends over Milgram’s experiment. Aan groep A zeggen ze dat slechts 10 % gehoorzaamden, dit wil zeggen overgingen tot 450 volt, aan groep B zeggen ze dat 85 % tot maximum voltage gingen. Daarna leggen ze beide groepen dezelfde vraag voor: ‘vond je dat Milgram het recht had het te doen ?’ Wat zien we nu ? De proefpersonen van de A groep vinden het moreel verantwoord, terwijl die van de B groep het moreel slecht vinden ! Het ziet er dus naar uit dat mensen boos zijn omwille van de resultaten van het experiment. Met andere woorden: Milgram wordt als het ware verantwoordelijk gesteld voor de menselijke natuur !
Om te eindigen zetten we nog even alle factoren op een rijtje die maken dat we geneigd zijn te gehoorzamen en die ook in de experimenten van Milgram naar voor zijn gekomen.
Marie-Rose Pattyn