beginpagina

vorige pagina

Poëzie ontdekken met Reine Wellens

Humor en poëzie lijken nauwelijks te kunnen samengaan als we terugdenken aan gedichten uit de Romantiek.Toen werden gevoelens opgehemeld, ze gingen alles beheersen en ontaardden soms tot bombast. Maar humor schept de mogelijkheid om gevoelens draaglijk te maken, hij banaliseert ze door ze terug te brengen in de alledaagse werkelijkheid. Humor kan in vele vormen voorkomen : zacht, met een lach en een traan, bijtend, ironisch, sarcastisch, cynisch. We willen de betekenis van humor bij verschillende dichters ontdekken.We beginnen met twee romantici, zo zien we hoe groot de evolutie is geweest..

Heinrich HEINE, geworteld in de Duitse ‘Sturm und Drang", gaf met spot en ironie literaire vorm aan zijn gevoelens en zodoende temperde hij de hevigheid. Zijn liefje "heeft alles wat mensen begeren en de mooiste ogen, wat wil je nog meer ?" Hij heeft voor haar "eeuwige liederen gedicht, mijn liefje, wat wil je nog meer ?/ En met je mooie ogen /heb je me zozeer gekweld/ en mij ten gronde gericht/ mijn liefje wat wil je nog meer?".

Piet PAALTJENS(1835-1894) banaliseert zijn liefdesverdriet met een alledaags tafereel :"Wel menigmaal zei de melkboer/Des morgens tot haar meid:’ De stoep is weer nat’.Och, hij wist niet/Dat er ’s nachts op die stoep was geschreid./ Nu dat hij en de meid het niet wisten,/ Dat was minder;-maar dat zij /Er hoegenaamd niets van vermoedde, / Dat was wel hard voor mij."

Charles DUCAL (1952- ) leeft met de spanning tussen haast romantische droom en nuchtere realiteit in ‘Het Huwelijk’. Het samenzijn is vervelend, dood, de poëtische verwoording ervan is nu eens ironisch en dan sarcastisch. "Het huis was stil. Wij zaten aan tafel./ Wij luisterden hoe de verveling begon/…Penelope breide.Ik zon / op een woord om de tijd te herstellen,/ de angst voor de dood." En dan met verwijzing naar Odysseus ‘Ik moet op reis’/ Zij ging rustig door haar steken te tellen./ De dood bleef aanwezig, maar zonder bewijs.Gesnoerd aan de mast met bloedende polsen,/het gif der sirenen, het dodelijk lied." Zijn verlangen naar de wereld van zijn dromen botst met het huishoudelijk ritueel: "Vier sneetjes en een appel in mijn trommel,/de boekentas met Vondels Lucifer. /Dank God, de opstand is nog niet begonnen."

Annie G.M. SCHMIDT spot met romantiek en kunstenaarsgedrag in ‘Raad’ :"Neem nooit een dichter, mijn dochter,/Zo een met een dichterskop/zo eentje met lange haren… zo een wordt er ook met de jaren / niet monogamer op…(…) Neem liever de kruidenier, dochter./ Want alle tederheid die bij hem/ uitstijgt boven de kersenjam/ en boven de kleine zakjes blauw,/ dochter, is altijd voor jou." In ‘Tussen de regels door’ is ze schamper over de "cynische moderne vrouw" : "Ik weet het immers wel, vandaag of morgen/ wordt het die kleine blonde. Zie ‘k het goed?/ (Ik zou haar langzaam, langzaam willen worgen/ liefst met de voile van haar hoed.)/ Wees maar niet bang, ik zal geen scčnes maken./ Ik ben een cynische moderne vrouw./ (Maar heeft modern ooit iets met vrouw te maken/ en dat cynisme van me…nou…)."

Dirk van WISSEN (1943) maakt klassiek rijmende verzen met banaliteiten of overdreven uitspraken, die de spanning tussen triviaal en droom in een relatie suggereren: In ‘Fun for two’ : "Ons zal de liefde niet bezuren/ door de verwekking van zo’n spruit, (…)/Want dank zij Durex dubbelhuid/ zal onze vreugde eeuwig duren." En in ‘Bekentenis’ : "O liefste, als ik aan uw voeten hurk/ Om u tot zoete bijslaap te bekoren/(…) Dan ben ik een gewetenloze schurk, Want doelbewust verzwijg ik van tevoren/ Dat ik des nachts tot aan het ochtendgloren / U uit de slaap zal houden, want ik snurk."

Van nog andere Nederlandse dichters (Levi Weemoedt, Korteweg, Buddingh, Veltman, Ilegems, Welters, Rawie, Tellegen, Wilmink) lazen we gedichten waarin diepe verlangens worden gebanaliseerd met soms grove, soms koddige, soms bijtend, soms zacht suggestieve humor...Te veel om hier weer te geven, een onverwachte poëtiek.

Jan Van Nuland

vorige pagina

beginpagina