beginpagina

vorige pagina

Culturele namiddagen: MET BOEDDHA ONDERWEG, door de heer Frans Boenders

Boeddha leefde in de 6de-5de eeuw voor onze tijdsrekening. Boeddha (de verlichte) die in feite Siddharta Gautema Shakyamluni heette was een koningskind, geboren in een feodaal koninkrijk in het noorden van Indië. Zoals het vaak bij koningskinderen gebeurt werd hij in zijn opvoeding afgesloten van de werkelijkheid. Hij mocht enkel de mooie kant van het leven zien. Hiertegen reageerde hij als jonge man en met zijn vriend verliet hij stiekem ’s nachts verschillende keren het mooie paleis om de werkelijke wereld en de mensen te ontmoeten. Een eerste maal bracht dit hem in contact met een oude kreupele man (hij die dacht dat jeugd eeuwig was), een tweede maal met een zieke man, een derde maal met een begrafenisstoet, en een laatste keer met een bedelmonnik (de armoede). Over al deze zaken dacht hij diep na. Deze gedachten lieten hem niet los en deden hem besluiten het paleis te verlaten en vrouw en kind achter te laten (symboliek van het loslaten van het vertrouwde, zie ook het evangelie). Hij was op dit ogenblik 29 jaar en vluchtte ver weg en gaf al zijn rijkdom en bezittingen aan de armen langs de weg. Deze tocht bracht hem in contact met een paar yogameesters die hem tot een extreme vorm van lichamelijke ascese aanspoorden.

Maar deze vormen van lichamelijke zelfkastijding bevredigden hem niet. Ze brachten hem niet dichter in het begrijpen en de bevrijding van het lijden. Terwijl iedereen hem verliet trok hij zich terug in volle eenzaamheid (en zoals Jezus in de woestijn) weerstond hij verschillende bekoringen, totdat hij uiteindelijk een vorm van ‘verlichting’ gevonden had, samengevat in de vier zogenaamde nobele waarheden :

De vijf eersten van de hier voorgestelde criteria vinden wij ook terug in het christendom alhoewel soms met andere klemtonen.

Volgt men dit pad dan kan men komen tot de verlichting (Nirwana) of de bevrijding. Niet iedereen bereikt hetzelfde niveau (Boeddha beweerde trouwens ook altijd dat hij geen leer heeft en iedereen zelf zijn weg moet zoeken) maar grosso modo zijn er in het boeddhisme twee scholen : het kleine voertuig voor degenen die hierin zeer ver gaan (de monniken) en het grote voertuig voor de leek die een vorm van boeddhisme in het gewone dagelijkse leven wil beoefenen.

Alhoewel het boeddhisme in Indië ontstaan is, heeft de verdere ontwikkeling plaats gehad in Japan en China waardoor het boeddhisme ook beïnvloed werd door de oosterse levensbeschouwingen zoals het shintoeïsme en het confucianisme. Dit ligt mede aan de oorsprong van het zenboeddhisme, met een nog sterkere beklemtoning van meditatie. De leegte is de wezenlijke natuur van de dingen. De dingen kan men niet veranderen, enkel je kijk naar de dingen. Alles speelt zich af in de geest. Alle tegenstellingen zijn schijn. Goed en kwaad behoren bij elkaar zoals licht en duisternis. Er is geen dualiteit. Er is geen ik, ik ben ik niet. Kennis is directe onmiddellijke ervaring, het zien van de dingen in plaats van het denken over de dingen; de dingen zien zoals ze zich aan ons voordoen, niet zoals wij zouden willen dat ze zich voordoen. Men moet doen wat er te doen is, en zijn handelingen niet laten leiden door verwachtingen op een resultaat.

Het zenboeddhisme heeft een voorname rol gespeeld in het leven van de Samourai, de Japanse gevechtskunsten (o.a. de factor zelfdiscipline), alsook in enkele kunstuitingen zoals aquarel, kalligrafie, Ikebana-bloemschikken (zin voor harmonie).

Lucas Gellynck

vorige pagina

beginpagina