beginpagina

vorige pagina

Fietsen

Even terugblikken 

Peulis 15 mei

Met 35 mensen in Wijgmaal en twee bijkomers in Haacht arriveerden we in Keerbergen, onze eerste stop. Het was droog en af en toe zelfs zonnig. Dus met goede moed reden we verder door de Dijlevallei. Langs Rijmenam en de bosrijke, maar ook landelijke wijken van Bonheiden bereikten we ’s middags Peulis, onze eetstop. Na de middag ging het langs Grasheide en Schriek en de villawijken van Keerbergen. Voor we Werchter bereikten (onze derde rustpauze), kregen we een felle stortbui over ons heen. Nadien richting Leuven kregen we nog eens de zondvloed te onder­gaan, zodat wel iedereen nat thuiskwam. Pech of valpartijen deden zich niet voor en dus was het ondanks de regen toch een geslaagde rit van ruim 70 km.

Drie provincienroute 1 juni

Naar jaarlijkse gewoonte is dit een rit samengesteld door de toeristische diensten van Diest, Tessenderlo, Laakdal, Meerhout en Beringen. Met 19 personen waren wij ingeschreven voor deze mooie rit. Het weer was zeer zonnig.

We fietsten richting Tessenderlo waar wij onze eerste stop hadden. Vandaar ging het naar Vorst, tweede controlepost en middagstop. We aten onze boterhammen op in het kasteel Meerlaar; dit kasteel is nog bewoond. Na de middag ging het richting Meerhout en Ham. Daarna reden wij een mooie rit rond de Paalse Plas, dat zorgde met het water voor wat afkoeling. Zo reden wij richting Schaffen, onze aankomstplaats. Daar kregen we een drinkbus met een vitaminedrank. Dit was bij iedereen welkom met dit warme weer. Zo eindigde deze mooie rit na ongeveer 60 km fietsen zonder pech.

Limburgse Kempen 9 juni

Bij zonnig en warm weer vertrokken we met auto’s en 24 fietsers naar Schaffen-Vleugt voor een dagje fietsen door de Limburgse natuur.

Het eerste deel van de rit ging door een aantal wijken van Tessenderlo om zo aan te komen in Oostham voor een kleine pauze. Daarna ging het via Beverlo en Beringen naar het Fonteintje in Koersel voor de middagstop. Na de middag reden we langs het kanaal met nog een pauze in Beringen. Het laatste deel van de rit liep naast de Paalse Plas. Er was nog wat extra tijd om van de natuur te genieten want er moesten kort na elkaar twee lekke banden hersteld worden. Na 67 km waren we, met allemaal vrolijke gezichten, terug aan het vertrekpunt. Blijkbaar had deze gezonde rit in de volle natuur ons deugd gedaan.

Scherpenheuvel 12 juni

De dag begon zonnig en warm. Met 28 personen waren we klaar om deze rit te fietsen. We reden bergop en bergaf richting Rillaar waar we onze eerste stop hadden. Daarna ging het richting Schoonderbuken en zo naar Scherpenheuvel waar we zwetend aankwamen in het Molenhuis voor onze middagstop. Tijdens de middagpauze gingen sommigen naar de basiliek en naar de kraampjes. De terugweg ging langs Keiberg, Rillaar en over kleine wegen naar Aarschot en Gelrode. Onze laatste stop was in Wezemaal. Via Wilsele-Putkapel kwamen wij na veel klimmen en dalen en met 70 km op de teller veilig thuis zonder pech onderweg.

Hoegaarden + taalgrensdorpen 10 juli

27 dapperen dienden zich aan om richting Hoegaarden en de taalgrens te fietsen. Er waren maar vier vrouwen bij, maar die hebben niet moeten onderdoen tegenover de mannelijke meerderheid in deze zware rit met veel en lange hellingen op een stralende zomerdag. Op de holle veldwegen was het zeer warm en bijna windstil; er is nogal wat zweet gelaten. Gelukkig konden we in Breisem al bijtanken en in Hoegaarden-centrum hadden we een rustige plek op een terras om onze boter­hammen op te eten. Nadien passeerden we enkele taalgrensdorpen. Nethen was voorzien als derde stop maar daar stonden we voor een gesloten deur. We stonden voor op het tijdsschema, dus reden we door tot aan de Zoete Waters om daar iets te drinken. Rond 16.30u. waren we al terug in Leuven na ruim 70 km zonder pech.

Tweedaagse tocht naar Balen-Keiheuvel… en terug natuurlijk.

Een verslag met verwerking van een paar indrukken van een beginneling.

Was het nu omwille van die bar slechte meimaand of door het aangekondigde regenweer voor het weekend van 24-25 mei, of zaten er communiefeesten van kleinkinderen in de weg, deze tocht werd maar door negen dapperen aangedurfd: vier vrouwen en vijf mannen.

En ja, van bij de start aan Parkpoort viel er regenwater uit de lucht, en tegen dat we iedereen hadden opgepikt voor we Kessel-Lo verlieten richting Aarschot voelden we al nattigheid natuurlijk. Letterlijk en figuurlijk: er werd gevreesd dat het een waterige herhaling van vorig jaar zou worden.

Het bracht de eerste gesprekken al direct naar het expertisegebied van de ervaren fietsers: wie had de beste, slimste, meest modieuze regenbescherming ?  Capes van alle vormen en kleuren werden aangetrokken, zelfgemaakte en berekend voor tegenwind, tot echte zeilen in ’t geel, met of zonder kap. Ook de voetovertrekken werden aan een kritisch commentaar blootgesteld: wie had de efficiëntste, en hoe hadden de ervaren rotten die nog verbeterd.

En de lange regenbroeken werden onderling vergeleken op doorlaatbaarheid en op opdroogtijd.

Als beginneling, met een gewoon regenjasje en in blote benen en een regendoorlatend petje luisterde ik aandachtig: hier kon nog véél van geleerd worden.

Natuurlijk zie je wél een stuk minder van de omgeving als de regen aldoor in de ogen prikt en de aandacht gaat naar het opspattend water dat vanaf het achterwiel van je voorganger naar je neus opspringt. Maar toch zat er iets speciaals aan die ochtendetappe: de velden roken heel erg naar frisse aarde en de plantengroei was precies groener dan op gewone dagen. In de bosrijke stroken was de heerlijke geur van hout wat penetranter en de bosgrond wasemde nieuwe geuren in onze richting. Net iets anders dan op een zonnige dagtocht.

Op de rand van Aarschot mochten we met onze natte kleren zonder probleem in de veranda van een afspanning een eerste warme koffie binnendoen. En zonder morren werd de tocht voortgezet: de regen blééf ons maar vergezellen. Niet dat gutsende-plensende, maar toch genoeg om één en ander goed nat te laten worden…maar nét niet zo hevig om ons tot enig schuilen aan te zetten.

Zo vlak tegen de middagpauze aan hield de regen het een beetje voor bekeken: de regendruppels hadden het niet gewonnen van ons!  Met een lekkere tomatensoep bij de boterhammen voelden we ons weer beresterk. De namiddag verliep een stuk droger, alle natte kledij kreeg goed de tijd om op te drogen. Het was niet echt warm, en de drup van de bomen maakte, samen met de koele  rijwind het toch aangeraden om wat beschermende kledij aan te houden.

Maar ondertussen konden we wél meer genieten van de mooie omgeving. Het ging nog genieten worden. Bij de namiddagstop, die door Josée zoals altijd zo gepland wordt dat die precies samenvalt met de eerste goesting van de bende om nog eens af te stappen, was er zelfgebakken cake van de cafébazin: ze kennen ons daar blijkbaar van een jaarlijkse doortocht.

Natuurlijk moest de beginneling enige paniek doen ontstaan bij het vertrek: sleuteltje kwijt van het fietsslot: iedereen zoeken. Ik in paniek, maar de collega’s bleven kalm mee zoeken. Daar werd mij weer wat geleerd: de truuk van het elastiekje.

Met een paar heel mooie stroken langs een kanaal en een omgeving die langzaam veranderde en mij meer en meer aan vakantie deed denken, naderden we het einddoel Keiheuvel.  De supper-tochtleidster slaagde er in, zoals altijd trouwens, ons langs alternatieve paadjes te sturen zodat modderplassen én straffe hellingen werden omzeild, met hier en daar een inkorting om ruim op tijd binnen te komen in het magnifieke sporthotel op de Keiheuvel.

We hadden dan toch nog van die 76 eerste-dag kilometers echt kunnen genieten.

De organisatie was gewoonweg perfect; de nagebrachte bagage stond netjes op een rij te wachten in de inkomhal, de fietsen mochten binnen overnachten, de ruime kamers, elk voorzien voor tien personen, werden netjes verdeeld tussen mannen en vrouwen. Perfecte doucheruimtes, een grote ontspanningsruimte. Kortom: groot comfort, eigenlijk luxe. Meer moet dat zeker niet zijn.

En om achttien uur was er dan een lekker warm avondmaal. Niks extravagants, gewone kost (was wéér tomatensoep bij) maar blijkbaar met zorg klaargemaakt en echt heel lekker na zo een fietsdag in de natuur. Blijkbaar had de keuken op meer volk gerekend want het was niet op te krijgen. Het werd er nog echt gezellig ook. Met een gevulde maag moest er nog een wandeling vanaf kunnen voor de nacht zou vallen: en op die wandeling ontdekten we wat ons later die nacht nog zou ambeteren, maar dat wisten we dan nog niet: een bijeenkomst van fanaten van old-timer legervoertuigen aan de achterkant van het keiheuvel domein op een paar honderd meter van ons luxeverblijf.

Een groepje wou nog een kaartje leggen terwijl de anderen toch wel een beetje moe bijeentroepten voor een televisietoestel om samen commentaar te geven bij een uitzending van terloops of zo iets. Zo vlak na de verkiezingen was er nogal wat commentaar te geven natuurlijk !  Ook het weerbericht moesten we te weten komen voor de volgende dag.

Ik denk dat we er allemaal inkropen zo tegen een uur of half elf.

Maar slapen dat was andere koek: de kerels van de old-timer groep hielden hun feestje en de bas-tonen van hun muziekjes dreunden tot bij ons in bed en zo tot…..een uur of twee s’nachts.  Je kent dat: te moe om je te ergeren en te veel boem-boem achtergrond om goed in slaap te geraken.

De mannenzaal had er een ander probleempje bij: een van de dapperste mede-fietsers heeft blijkbaar de gewoonte om vroeg op te staan en begon om vijf uur al aan zijn ochtend opmaak. En zo tegen zes uur vond hij dat we genoeg hadden geslapen of dat we tenminste moesten weten hoe laat het eigenlijk al was: met luide stem werd dan ook de klokslag van zes uur afgeroepen op de kamer. Zo kwam het dat heel de mannenzaal dan maar om halfzeven begon aan een ochtendwandelingetje. Eén voordeel: de spieren kunnen strekken rond een voetbalveld in de prille ochtenddauw en een prachtige zonsopkomst gezien, de enige echt zonnige periode van die dag.

De vrouwenafdeling was wijzer en klom pas om halfacht uit de stapelbedden om netjes op tijd om acht uur aan het ontbijt te verschijnen.

Ook dat was weer prima verzorgd: gezellig ontbijt met een zacht gekookt eitje erbij en een berg lekker brood en beleg en de rest om onze lunchpakketten mee te maken.  Prima geregeld zo.

Blijkbaar zijn er heel wat “Luytens” betrokken bij deze tocht, want het was nu eens een andere dochter die zich kwam ontfermen over onze bagage. Ook weer punctueel op tijd zoals alles en altijd.

De terugtocht startte onder een dreigende wolkenhemel. De donkere pakken gingen blijkbaar altijd die richting uit die wij ook wilden nemen. Maar onze Akela-van-dienst moedigde ons aan door te wedden dat ze ons droog tot in Leuven zou brengen.

Alles liep vlot en er werd punctueel gestopt om de 20 km voor koffie of middagpauze. Ook al moest Josée hier en daar een ommetje inleggen toen bleek dat we net hetzelfde parcours hadden gekozen als een plaatselijk georganiseerde triatlon. Toen een wegbewaker ons niet wou doorlaten bekroop er bij enkelen onder ons de kwajongensgedachte om dat bevel gewoon te negeren en te zien of dat ventje ons zou kunnen inhalen als we toch nog door de versperring fietsten. Maar zo zijn we niet: netjes de regels respecterend maakten we dan maar een ommetje. Wat voor de “rijdende encyclopedie voor fietsroutes” in een hand-en-fietsomdraai zo geregeld was.

Met onze leidster wordt niet gelachen hoor: toen ze even aan een wandelaar wou vragen of er een overgang was over de spoorbaan die we wilden kruisen, wou die man ineens alles weten: waar we vandaan kwamen en waar we naartoe gingen en nog veel meer. Josée heeft zich nadien nog zeker tien km lang geërgerd aan die man. Ze moest gewoon weten of we over die spoorbaan konden kruisen, meer niet, punt-uit. En ja 200m verder lukte dat dan ook, zonder zijn uitleg.

Tegen de middagpauze aan naderden we Averbode. En dat was waarschijnlijk het mooiste stukje van de trip: een stuk van vijf km rechtdoor de bossen op een perfect fietspad, overgenomen uit een andere fietsroute die Akela vroeger al eens had ontdekt.

In Averbode vielen we een beetje onvoorzien binnen in een echt restaurant, gelukkig langs de achterzijde en in de aansluitende veranda. Boterhammekes op tafel was daar eigenlijk niet echt de bedoeling gezien de vele bezoekers die daar kwamen tafelen, maar even onderhandelen met de bediening en verder de belofte om, met onze lunchpakketten bijna op schoot, ons discreet en braaf te gedragen mocht het dan toch voor één keer. Ook hier was er wéér..tomatensoep.

Ook daar hebben we wat geleerd: genoeg kleingeld meebrengen! Tot nu toe was afrekenen na een drankje bij een stopplaats een fluitje van een cent geweest. Maar de euro-nikkeltjes waren blijkbaar opgeraakt en hier en daar kwam een papieren eurobiljet tevoorschijn en dat werd dus een zéér ingewikkelde bedoening om de rekening rond te krijgen waarbij iedereen zijn rechtmatig aandeel bijdroeg. Weer iets geleerd: volgende keer nemen we allemaal een “zak vol euro-muntjes” mee, ook al wegen die dan een halve kilo!

Vermits we maar met negen fietsers op pad waren stelde zich een ander probleem: vanaf een colonne van vijftien mag je het verkeer laten stilleggen door een wegkapitein. Maar nu dus niet!  Rob voelde het de hele weg al kriebelen, zijn normale verantwoordelijkheidszin bij het regelen van het verkeer moest hij nu even ombuigen tot wat anders. En dat deed hij dan ook: bij elke wegovergang spurtte hij een paar meter voorop om ons dan met een luide “ja” of “wacht” over de oversteek te jagen of tegen te houden als er ook maar iets afkwam links of rechts. Het geeft een veilig gevoel, maar toch liep het één keer bijna mis.

Bij een van die “wacht”oefeningen werd er algemeen gestopt, maar onze mascotte reageerde toch wel even te laat. We hielden allemaal onze adem in want het was echt een kwestie van een halve meter. Tot nog een kwartier na dat bijna-incident bleef het héél stil in de colonne. We waren er even allemaal niet goed van.

Bij de namiddagstop moest er eentje even buitenblijven om een gebroken remkabel te vervangen. Een werkje van tien minuten voor een expert en het enige technisch mankement van gans de tocht: géén platte banden tijdens deze tweedaagse. Weer iets geleerd: reservekabeltje meenemen want met halve remkracht is het niet plezant meer.

En zo naderden we dan terug bekend terrein: via de Demervalei terug naar de omgeving van Leuven. Nog zo een prachtig stukje fietsland.

Hoe korter bij Leuven hoe triester eigenlijk: toch een beetje vermoeid en met pijn op welbepaalde zit-plaatsen. Niet voor iedereen, maar ik was deze keer toch niet helemaal alleen met een protesterend zitvlak. En dan volgt een afvallingskoers: bij het naderen van Groot-Leuven verdwijnen er druppelsgewijs ritgenoten. Elkeen neemt de kortste weg naar huis. Het peloton wordt stuksgewijs uitgedund. En aan Parkpoort bleven er nog twee van de negen kleine negertjes over om de 83 km van de dag vol te maken.

Maar het was gans de dag droog gebleven, zoals Akela had beloofd.

Volgende keer doen we opnieuw mee!

Bedankt iedereen, het was een fantastisch leuke ervaring en een genoegen in jullie gezelschap te mogen meefietsen.

Hendrik Vandevoorde

Fietsdriedaagse Tongerlo (10-11-12 juni 2003)

We vertrokken stipt om 9.30u. aan de Philipssite met een zeer beperkt groepje wielertoeristjes, maar onderweg in Kesseldal en aan de Aarschotsesteenweg groeide ons aantal uiteindelijk aan tot zestien. Gelukkig maar, want zo konden de wegkapiteins eindelijk hun job doen.

Het weer was ons gunstig, iets fris maar we zouden minstens deze drie dagen van het fietsplezier en een droog en zonnig weer kunnen genieten.

Met door Josée uitgestippelde fietswegen en de stopplaatsen (de soep ’s middags was weer heel lekker en met veel balletjes ...) belanden we, lichtjes vermoeid en met roodgekleurde lichaamsdelen, voortijdig aan het gekende verblijfsoord Sporta te Tongerlo, na een mooie rit van ongeveer 67 km.

Onze bagage was reeds door Lut ter plaatse gebracht en na afscheid genomen te hebben van Louis en Regina – die met Lut mee terugreden en hun eigen nestje verkozen boven een hotelbed en een kamer met twee of drie – hadden we tijd genoeg om ons in het sporthotel te installeren. Een deugddoende douche zorgde ervoor dat we snel fris en opgekleed waren om even de omgeving en de abdij te verkennen en tegen 18.30u. klaar stonden voor het avondeten.

Wat ons daarbij opviel was dat het eten nu in zelfbediening was georganiseerd, maar niettegen­staande de aanwezigheid van een grote groep joelende en schreeuwende kinderen, konden we toch rustig in een aparte ruimte onze spaghetti naar binnen werken (sommigen werkten die zelfs tweemaal naar binnen !).

De eerste avond verliep zoals de vorige jaren : een vast team kaartfreaks, een groepje wandelaars die de mooie natuur rond Westerlo verkenden, om uiteindelijk in de cafetaria te belanden voor een laatste slaapmutsje.

Voor de tweede dag kregen we, na het lekker ontbijt en het zelf klaarmaken van de goed voorziene picknick, het gezelschap van een negental sportieve senioren uit het Leuvense, die de tocht in de Antwerpse Kempen met ons zouden meerijden. De weergoden hadden het weeral goed gemeend met ons en na de ochtendfrisheid kwam algauw het zonnetje te voorschijn. Josée leidde ons weer onberispelijk langs de door haar uitgestippelde routes en naar de voorziene stop- en rustplaatsen.

Langs het kanaal in Herentals was het zalig om er de picknick te verorberen op het aangemeerd schip of in de lommer onder de bomen, maar iedereen bleef voorzichtigheidshalve tenminste twee meter verwijderd van de rand van het kanaal (hoe zou dat komen denkt u ?).

De namiddag verliep rimpelloos, afgezien van Georges zijn nieuwe en speciale manier van afstappen, vooral op plaatsen waar er een putje in de weg was – en de volgende dag zou hij dat nog eens uitproberen met hetzelfde resultaat natuurlijk, maar dankzij de alerte tussenkomst van onze verpleegster-fietsgids werd Georges snel opgekalefaterd.

Na een tocht van 62 km waren we opnieuw tijdig terug in Sporta voor een opfrisbeurt en een lekkere selfservicemaaltijd. Daarna schoten de kaarters opnieuw in actie en de meeste anderen troepten samen in een kamer om er op het TV-kleurenscherm de exploten te volgen van onze Belgische damestennistop op Roland-Garos. Daarna nog een gezondheidswandeling in de omgeving en een glaasje in de cafetaria en tegen 23u. lag iedereen onder de lakens (of dekbed).

Dat dacht je maar, want iemand kon de slaap niet goed vatten en installeerde zich prompt met hebben en houden in het salon. Stoorde hem het ronken van de ijskast in de kamer of het gesnurk in diezelfde kamer of die ernaast ?

’s Ochtends vonden we elkaar terug in de ontbijtzaal en iedereen leek (?) uitgeslapen. Een lekker ontbijt, met een zacht gekookt eitje (op speciaal verzoek), de picknick klaar en tegen 9u. werden de kamers ontruimd (gelukkig maar, want werklieden waren juist begonnen met een deel van de kamerdeuren uit te breken). De fietsen werden klaargezet en gepakt. Terwijl Hubert zijn ronde deed om de bandendruk te controleren en zonodig bij te werken werd al de bagage in de wagen geladen en kon Lut de terugweg aanvangen nadat ze eerst nog Regina had meegebracht die weer met ons mee richting Leuven zou fietsen.

Ondertussen hadden we tijdens onze driedaagse tocht ook al heel wat wijsheid opgestoken – men is nooit te oud om iets bij te leren – o.a. over “blote” en “aangeklede” fietsen, bandendruk, plaatsing stuur en zadel, de planten en kruiden langs de weg, breien en haken, muziek en zang, kinderen en kleinkinderen, enz.... Sommigen hadden zich ook al meerdere keren laten zien in de abdij, de kerk en de winkel. Iemand had er, bij het vertrek op de derde dag, zelfs moeite mee om het abdijbrood (van 2 kg) dat hij er kocht en dat 24u. in de koelkast werd bewaard, in zijn “stijve” valies op te bergen.

Na een verkwikkende tocht van 75 km, met stopplaats aan de vijver, de middagpauze bij “De Schilder”, een bezoekje aan de grot en een laatste halte aan de overbevolkte plas te Rotselaar, waren we tegen 16.30u. terug in Leuven.

Iedereen was heel tevreden en voldaan.

Bedankt allemaal voor de gezelligheid tijdens de driedaagse, het (meestal) gedisciplineerd rijden, de goede leiding en gidsing van Josée, de wegkapiteins voor het veilig dwarsen van de (beperkte) dwarswegen, de organisatoren en zij die achter de schermen heel wat werk opknappen en de voorbereidingen uitvoerden.

Uw verslaggever ter plaatse,

Eddy  Dhaene

De Fietseling van Lommel 21 juli

Op onze Nationale Feestdag verzamelen om 9u. een dertigtal Senioren op de carpoolparking in Kessel-Lo. Fietsen opladen, instappen en weg wezen. Om 10u.  speelt zich in Lommel-Kattenbos het omgekeerde tafereel af, uitladen, opstappen (nu op de fiets), inschrijven in De Grote Hoef annex het heemkundig Kempenlandmuseum, en dan op weg. Het weer is prachtig, soms bewolkt en de temperatuur net zoals het moet voor een fietsuitstap. De route verloopt meestal via het fietsroute­netwerk Limburgse Kempen, ongelooflijk goed bewegwijzerd. Het gaat doorheen bossen, heide­landschappen, langs velden van rijpend graan en weiden met grazende koeien in een uitermate vlak landschap. De passage langs het Duits militair kerkhof is indrukwekkend: meer dan 38.400 grauwe kruisjes, rij na rij, even zoveel jongens die in de tweede wereldoorlog een verdriet achter­lieten.

Het is opvallend druk op de fietspaden! Bij de stempelcontrolepost nuttigen we een kleinigheid, en dan trekken we weer verder. Praktisch de hele tocht lang, toch zo een 60 km,  hebben we niet geweten waar we zaten (Hechtel, Eksel, Overpelt, Neerpelt, Lommel-Kazerne…?). En dus ook geen stopplaatsen, al was het maar voor een lichamelijke noodwendigheid… Het eindpunt van de tocht is weer in de Grote Hoef, nu overvol, dat wil zeggen overbevraagde kelners die de vraag niet aankunnen. Onze fluitenier maakt er tenslotte kordaat een einde aan om iedereen op tijd buiten te krijgen.

Samengevat: het was een heerlijke wandeling. Dus terug opladen, instappen en gezwind terug naar huis.

Naar het Zoniënwoud 24 juli

Met meer dan dertig zijn ze, de Senioren die aan de Parkpoort verzamelen op donderdag 24 juli. Volgens de voorspellingen zal het wisselvallig weer zijn, en zo ziet het er ook uit. De temperatuur is aangenaam. Vertrek om 9.30u. stipt, de mannen van de “veiligheid” voorop, en de trouwe “bezemman” vanachter. De aanzet van de tocht loopt door het mooie golvende landschap, ten zuiden van Leuven, grotendeels volgens de Vlaanderen Fietsroute langs de IJse: Egenhoven, Neerijse, Overijse, Hoeilaart, Jezus-Eik en zo verder. De knapzak spreken we aan in een afspanning, verbonden aan een rijschool voor paarden in St.-Genesius-Rode. En dan duiken we het Zoniënwoud in. Na enkele kilometers hebben we prijs, de regen gutst op het bos neer. Schuilen onder de bomen helpt niet veel want het water druipt doorheen het bladerdak van de statige beuken. Zodra de regen wat wil minderen trekken we verder over prachtige slingerende paden en doorheen heerlijke groene dreven in een golvend parcours. We bezoeken terloops het domein en “woonhuis” van Solvay, waarin hij zich terugtrok om te ontsnappen uit het voor hem te drukke Brussel. Hier ontving hij het kruim van de wetenschappers van die tijd, waarvan Einstein de meest bekende is. Het domein is actueel eigendom van de Communauté Française. Dan verder! Enkele buien kunnen ons niet meer deren, de tocht gaat verder door al dat groen. Tenslotte draaien we af, richting Leuven, over Duisburg, Vossem en zo verder. De zon is ondertussen verschenen en al onze spullen worden droog. We nemen nog een natje op de gezellige binnenkoer van een afspanning /ontmoetingscentrum, en dan gaat het huiswaarts! Tegen Leuven aan begint de groep uit te waaieren, de een verdwijnt hier, de ander haakt een beetje verder af, en zo slinkt de groep gaandeweg.

Waar zijn de fietsers ???

vorige pagina

beginpagina