beginpagina

vorige pagina

RONDRIT MEETJESLAND (KREKENROUTE) EN ZUID-BEVELAND  29 augustus 

 

Het groot succes van de daguitstappen is vooral te danken aan het feait dat we ons land leren kennen en waarderen op een leerrijke, aangename manier. Geen platgetreden toeristische trekpleisters, maar hoekjes die voor velen totaal onbekend zijn.

Het Meetjesland is zo’n succesnummer, want reeds voor de tweede maal was de belangstelling zeer groot (getuige de dubbele autobus).

Het Meetjesland is de uiterste noord-westhoek van Oost-Vlaanderen. Het noordelijk deel ervan is polderland gewonnen na eeuwen van strijd tegen een voortdurende opdringerige zee. De kreken zijn overblijfselen van de talrijke soms catastrofale overstromingen die het gebied vroeger teisterden.

Het midden en zuiden van Meetjesland is een zanderige streek en wordt het Houtland genoemd. Zowat halfweg tussen Gent en Brugge en dwars in twee gesneden door rijksweg 10, ligt Eeklo, de hoofdstad van het Meetjesland. Van op grote afstand bemerkt men de dekenale St.-Vincentiuskerk in neogotische stijl, met een toren van 100m., een van de hoogste in Vlaanderen.

 

Een welbespraakte gids maakte ons opmerkzaam op enkele bijzonderheden van het stadje. Natuurlijk mocht de legende van de plastische chirurgie avant la lettre niet ontbreken. Wie met zijn hoofd niet tevreden is moest naar de herbakker

Verder is er nog het sympathieke stadhuis(je) van Eeklo in Vlaamse renaissance (1609) en het nabijgelegen belfort.

In de nabijheid van de stad ligt het prachtige, provinciale natuurgebied “Het Leen” 100 ha groot, met een boeiende fauna en flora.

Na een weldoende kop koffie stond een bezoek aan St.-Laureins op het programma.

Waaraan de gids vooral aandacht besteedde was het Godshuis, historisch en bouwkundig heel merkwaardig. Het werd symmetrisch opgebouwd, met twee gelijke binnenhoven en bekroond met een witte koepel. Aan de oostzijde bevindt zich de kapel. Het werd in de loop van de achttiende eeuw gebouwd. Het is een groots gebouwencomplex dat ten dienste werd gesteld van zieken (moeraskoorts), wezen, noodlijdenden, ouden van dagen en armen.

Verderop over de brug van het Leopoldskanaal (in de volksmond de “blinkende”) belandden we in het krekengebied. Er zijn vele stemmige en rustige hoekjes te vinden rond de vier kreken : de Boerenkreek (een natuurreservaat) de Oostpolderkreek, de Roeselarekreek en het Hollandersgat.

Tot het gebied van St.-Laureins behoren : St.-Jan-in-Eremo, St.-Margriete, Waterland-Oudeman en Watervliet.

Van Kaprijke onthouden we het marktplein met het schilderachtige stadhuis. Het is een gaaf bewaard voorbeeld van Vlaamse renaissance uit 1663.

Na de broodmaaltijd ging de tocht verder richting Nederland. Via de nieuwe Westerscheldetunnel reden we naar Goes in Zuid-Beveland.

Vroeger was de overtocht over de Westerschelde alleen mogelijk met een veerdienst. Een tunnel heeft een grotere economische waarde. Het drukke verkeer gaat er vlotter en sneller door.

Een tochtje met een veer heeft zeker voor toeristen ook zijn charme. De noden van de moderne tijd nietwaar !

Hier eveneens uitgestrekte polderlandschappen. Door bedijking en afdamming zijn het schorren heroverd op de zee.

Met zijn kleine typische dorpen is het een gebied dat rust en schoonheid uitstraalt.

Tot slot van deze weer leerrijke dag smaakte een warme maaltijd heerlijk.

Met een heleboel ervaringen rijker keerden we terug naar Leuven.

 

 Tot de volgende uitstap !

Gusta Van Damme

vorige pagina

beginpagina