Daguitstap
“IN HET HARTJE VAN DE SAMBERVALLEI” vrijdag 24 oktober
We vertrokken richting Charleroi, dus geen files.
Onze eerste belangrijke stop was Lobbes. Langs een trapstraatje bereikten we de indrukwekkende pre-romaanse St.-Ursmaruskerk. Zij is 71 m lang.
Een ietwat oudere dame trachtte ons in correct Nederlands de geschiedenis van de abdij, waartoe de kerk behoorde, uit te leggen.
De Benedictijnenabdij St.-Pierre te Lobbes werd gesticht in de VIIde eeuw door St.- Landelinus en heeft in de loop der eeuwen veel veranderingen ondergaan. Door het feit dat de abdij een bedevaartsoord werd naar het graf van St.-Ursmarus, werd de kerk meermaals vergroot, kwam er een crypte onder het verhoogd koor met een sarcofaag van St.-Ursmarus (713), enkele zeer oude grafstenen en een waterput met geneeskrachtig water (tegen huidziekten).
De
huidige kerk bevat veel romaanse elementen (XIde eeuw). Zij werd onlangs
gerestaureerd en beheerst door haar ligging en grootte de hele omgeving.
Dan ging het naar Thuin, gelegen tussen Charleroi en Beaumont. Daar werd een jonge gids verwelkomd, haar Nederlands was minder ! We maakten een rondrit door Thuin en Ragnies, een geklasseerd dorpje.
Terwijl de eerste sneeuwvlokken neerdwarrelden, genoten we van ons middagmaal. Slingerend, klimmend en dalend met steeds de Samber in ons buurt, bereikten we het in 1979 geklasseerde kasteel van Fosteau. Staande in een mooi gotisch zaaltje vertelde ons de uit Kortrijk afkomstige heer des huizes de geschiedenis van zijn woonst. De gebouwen dateren van de XIde tot en met de XIXde eeuw. Daarna leidde hij ons door de mooie Franse tuin en maakten we een wandeling rond de kasteelvijver. Ondertussen regende het en in een oud gebouw naast de ingangspoort werd ons door de kasteelheer en zijn zoon, een fris biertje (château du Fosteau) of fruitsap aangeboden. Gelukkig brandde er een vuur en was het er gezellig warm. Toch nog even dit vermelden : voor we het kasteel verlieten mochten we vrij rondgaan : sinds 1980 is er een doorlopende expositie van antiek meubilair en mogen er enkele kunstenaars hun werk tentoonstellen, Jean Dupont met zijn “blauwe landschappen” Jean Claeys met zijn bronzen paarden en verder nog Michel Delaere en Philippe Delsaut. Ook in de tuinen stonden her en der kunstwerken.
Terwijl we genoten van het “Thudinse” landschap, reden we naar de cisterciënzerabdij van Aulne. De ruïnes zijn indrukwekkend. Het moet een belangrijke en zeer grote abdij geweest zijn.. De kerkruïne is de grote blikvanger. Daarnaast treft men nog de ruïnes van het gastenkwartier, de refter, de molen, een zagerij, een smidse en nog veel meer. Natuurlijk werd er ook bier gebrouwen en deze activiteit is in ere hersteld. In stenen bekers, de vorm van een kelk, werd ons een laatste abdijdrank aangeboden. De aankoop van kaas en paté, hielp thuis de herinnering aan deze goedgevulde dag bewaren.
Mieke Meurrens